21-27 juli 2010
Rugzaktrektocht Tour des Glaciers de la Vanoise (F)
Het tochtverslag dient te beginnen bij het begin. Dat is het vertrek om 5u45 om vervolgens mijn 2 vrouwelijke tochtgenoten op te pikken en dan de lange rit richting Vanoise aan te vangen. Om 6u45 zijn we op weg. Luxemburg, Thionville, Metz, Nancy,… ze passeren allen de revue, hierbij opmerkend dat je bijna enkel op de péage-wegen de maximale snelheid mag halen van 130 km./u. Voorts gaat het soms tegen 90 km./u langsheen de stadsranden, maar het mooie weer en een gewone werkdag (te Frankrijk) doen hun duit in het zakje zodat we na 2 tussenstops het dorp Pralognan bereiken tegen 16u30. Een Ronser onwaardig verlaten we de parking buiten het dorp om met de auto doorheen het dorp te kuieren en uiteindelijk terug uit te komen op de parking buiten het dorp.
Bart Roggeman, Edegem
Dan maar te voet het dorp verkennen, hotel zoeken, inchecken en kuieren door de hoofdstraat die zich gereed maakt voor een heuse Belgische avond (met Jacques Brel) ter ere van onze nationale feestdag. Het blijft een ongestelde vraag hoe het komt dat onze nationale driekleur her en der in de straten wapperde en het dorp zich opmaakte voor een Belgische avond. Toch een verwelkoming van Jurn en Linda? Na een gezellig avondmaal genoten we nog na van het optreden om tegen 22u00 onze tweepersoonskamer op te zoeken en het licht uit te doen.
Dag 2: Pralognan - Refuge du col de la Vanoise
De groep van 22 Ronsers nam afscheid van mekaar om in 2 groepen de tocht in tegenstelde zin aan te vatten. De helft vertrok te voet, de andere helft met de auto om vanaf de parking verderop hun eigenlijke tocht aan te vatten. Een laatste blik op de camping te Pralognan, een stuk onder de zetellift en de bewoonde wereld was verleden tijd. Vanaf dan waren er enkel bergen, fauna en flora en Ronsers. Het gezapige inlooptempo maakte dat we tijd hadden om weldoorvoede marmotten op te merken, aandacht te hebben voor de zwarte vanilleorchis en blaassilene en bij de tussenpozen een eerste poging van de Ronsersdans te doen. De aankomst om 16u00 maakte dat er voldoende tijd was om ons op te frissen, te genieten van een heerlijke warme wijn of plaatselijk bier en op een reliëfkaart de komende tochten uit te stippelen. Het heerlijke avondmaal (kip in een kokossaus met curry en rijst, dessert en kaas), bereid door een echte Nepalees lieten we ons welgevallen. Wat we toen nog niet wisten was dat er in alle refuges een Nepalees de Piet Huysentruyt is en we deze maaltijd dus elders nogmaals mochten nuttigen. Mannenpraatje rond de aangestoken pelletkachel, verzusteren met de dames en sterke verhalen van Jurn maakten er een fijne avond van. Om 21u00 zochten we ons bedje in de slaapzaal op en niet veel later kon je een speld horen vallen. Wat die gezonde berglucht en een beetje beweging al niet tot gevolg hebben.
Dag 3: Refuge du col de la Vanoise - Refuge de l’Arpont
Opstaan om 6u30 was geen probleem. Niemand had last van een ochtendhumeur (of liet dit tenminste niet blijken). Zelfs het hondenweer dat ons overviel na 2u00 stappen kon hierin geen verandering in brengen. Net op tijd passeerden we een bunker om te schuilen voor het onweer. De regen/hagel viel er met bakken uit en het licht- en klankspel maakten het plaatje compleet. Na regen komt… Ronseren. Afdalen tot de pont de Croë en een zachte klim tot de refuge Entre les 2 Eaux om onze jassen te laten opdrogen en te genieten van een heerlijke kom soep. Met 10 slurpen van soep voor 5 personen en weerom waren we gelukkig. Een kinderhand is toch snel gevuld. De picknick ’s middags werd, gelet op de weersomstandigheden, kort gehouden, maar in de namiddag klaarde het op. Tijd om het kind in zich los te laten meende Jurn en gleed tot consternatie van de nieuwelingen op een plastic zak naar beneden over een mooie sneeuwplek. De sfeer zat er goed in. Een mascotte werd aangeduid (Bolleke), een verantwoordelijke voor de verzorging van de mascot en na een nieuw sterk verhaal over het beeld van de Belgen in het buitenland werd de pas er flink in gezet zodat we weerom om 16u00 aan de hut aankwamen, net op tijd om de helicopter van de gendarmerie te zien terugkeren met een gekwetste Nepalees. Daar gaat ons avondeten? Een lieve jonge deerne die in de zomermaanden tot adjunct gardien werd bevorderd zorgde voor heerlijke dampende schotels met dezelfde inhoud dan de dag ervoor. En toch was het anders. Haar glimlach, haar zachte fysieke aanrakingen, de toewijding jegens haar gasten en zelfs de korte schouder-massage deden de kwaliteit van de maaltijd stijgen tot nooit geëvenaarde hoogten. Het lieve-vrouwe bed-stro van de namiddag, het wilde marjolein en het chinees poepen kaderden volledig in de sfeer van de avond. Geheel buiten verwachting maakte de plaatselijke deerne enkele Ronsers wakker om 23u30… om ze elders te laten slapen. Dat ze hierbij ook vrouwelijke Ronsers deed verhuizen maakte dat er op dit onmenselijk late uur commentaar kwam op diegene die wel mocht blijven liggen - “en dien Apache mag blijven liggen…” Waarschijnlijk beoogden zowel de onfortuinlijke Ronsster als de assistent-gardienne iets anders maar dit zal voor altijd een onuitgeklaard vermoeden blijven.
Dag 4: Refuge de l’Arpont - Refuge dent Parrachée
Vertrek om 7u30 bij 4 °C en veel wind. We weten nu waarom we muts, handschoenen, windstopper en dito kledij meedragen. “Het vocabularium van een vrouw die omgaat met haar man bestaat uit 3 woorden: positieve feedback: amaai, verwondering en medelijden: ocharme en hem aan het werk houden: doeditdoedat (fonetisch: toetitoeta)” en de toon voor de dag was gezet. We waren ingestapt, en hadden meer tijd voor grappen en grollen. De balkonwandeling langsheen totaal verschillende rotsformaties maakte er een prachtige tocht van. Kabbelende bergriviertjes, uitgesleten kalksteenrotsen, Alpenkoeien, schapen, steeds flirtend met de boomgrens, smalle bergpaadjes doorheen alpenweiden. Het was misschien een van de mooiste tochten. De aankomst om 15u30, verbroedering met de andere groep, scrabble (een leraar die geconfronteerd wordt met de nieuwe toekomstige spelling: “gij werdt”), de primitiefste uitvoering van franse WC’s (wat ons deed smachten naar een gewoon toilet waarop we rustig kunnen zitten, genietend van een tijdschrift of de krant) en een ijskoude douche werden snel vergeten bij het dessert van de avond: appeltaart met nadien een heerlijke genepi van het huis. Dat de gardien mister sympatico was bewees hij door één van de 2 Ronsers-tafels te trakteren met de rest van de genepi. En wij, wat hadden wij misdaan om dit te likkebaardend te moeten aanzien? We nemen de dag nadien wraak door vroeger te vertrekken.
Dag 5: Refuge dent Parrachée - Refuge Orgère
Onder een bijna blauwe hemel met tekenen van vrieskou op het hout van het terras doen we ons dagelijks dansje onder de deskundige leiding van Martine geflankeerd door een enthousiaste Ann, warmden op en toonden de Ronsers-groepsgeest aan de andere aanwezigen. Rare jongens, die belgen. Eerst een afdaling tot het einde van een smalle vallei een eind boven de boomgrens, een pittige klim over de Col de la Masse l’Orgère, een toemaatje boven de 3000 m. voor de vrijwilligers die kinderliedjes zingend afdaalden van Le Rateau d’Aussois daarbij lichtjes hallucinerend tengevolge de snelle klim en afdaling tot bij de gemzen op het plateau. Picknicken op 2800 m. heeft wel iets. Nadien een prachtige afdaling over de rotsen tot de refuge d’Orgère, maar eerst nog een ijsje en taart in een refuge een beetje verder. Je moet er iets voor over hebben om je BMI terug op peil te krijgen. Aangekomen in de refuge Orgère genoten we van een gratis warme douche en zit-toilet. Niet te verwonderen dat beiden samen toch al snel een uurtje in beslag namen. Weerom werd uitgebreid geaperitiefd in groep, een gevolg van de comfortabele zetels. Dat daarvoor een spinnende kat moest verhuizen deed ons terug denken aan de voor sommigen onfortuinlijke nacht in de refuge de l‘Arpont. De aperitief, de wijn aan tafel, de genepi… maakten de tongen los en borgen elke vorm van gereserveerdheid veilig weg. De denkbeeldige verjaardag ener Ronser werd gevierd onder luid gezang van de Belgen. Iemand moet toch sfeermaker zijn en voor het lawaai zorgen. Bert houdt er alvast een mooie poster aan over. Tip van de dag: goedkope vluchten boeken via www.momondo.com
Dag 6: Refuge Orgère - Refuge Péclet-Polset
Deze dag was de laatste echte tocht. Een klim tot op de kam van de col Chavière en een afdaling tot de refuge Polset in mooi weer resulteerden voor geoefende stappers in een aankomst om 13u00. Na de huttenkost lieten we ons tourbrood voor wat het was en versmaden ons aan heerlijke soep, een ommelet of een slaatje. Toch fijn wanneer je jezelf gelukkig kan maken met kleinigheid van het dagdagelijkse leven. Nu de innerlijke mens gesterkt is, was het tijd voor een klim naar de gletsjer als toemaatje. Het werd een indrukwekkend toemaatje: afdalen tot net boven de gletsjer, fratsen om een sneeuwplek, eindelijk faire rencontre met een steenbok, een heuse kudde gemzen aanschouwen met de lunettes van een ander en tenslotte het zoeken (en vinden) van pure zwavel en gips-stenen op de flank van de Col du Soufre. Een merkwaardige afwisseling van verschillende gesteenten en rotsformaties in een prachtig natuurpark en een immense gletsjer op de achtergrond. Beelden en atmosferen die beklijven. Het genieten van de majestueuze natuur, jezelf nietig voelen, de stilte en eenvoud rondom je: Ronseren in zijn puurste vorm. ’s Avonds lieten we ons nog eens goed gaan bij het vieren van alweer een denkbeeldige verjaardag. De Nepalese kok was dusdanig onder de indruk van de gevierde Mieke dat ze prompt werd getrakteerd op een “beu”-koetje. Mieke die enigszins overdonderd was door de aandacht van de hele eetzaal nam revanche met een heerlijke tractatie van 1 liter-pinten waarbij de Ronsers erg diep moesten gaan om die baas te maken. Dat we om 21u00 collectief naar de slaapkamer trokken betekent nog niet dat we gingen slapen. Met een ludiek toneeltje door Martine en Ann (1 liter pinten) werden Jurn en Linda op een ludieke wijze bedankt voor hun ongebreidelde inzet tijdens de tocht. Het mag gezegd worden, menigen pinkten een traan weg (van het lachen). Bijna werd er nog van pyjama gewisseld, maar het was tijd om naar dromenland te gaan. Amaai!
Dag 7: Refuge Péclet-Polset - Pralognan la Vanoise
Na een korte afdaling van 1 uur werd een stop voorzien bij de plaatselijke kaasboerderij. Tochtbegeleider en echtgenote werden in de kaas gezet en het laatste stukje afdaling aangevat. Dat sommigen voorbij de parking liepen en verder marcheerden illustreert de onvermoeidheid van menigeen. Bij een laatste café-moment in Pralognan werd er eens smakelijk om gelachen, kwamen herinneringen van de tocht naar boven en waren de batterijen volledig opgeladen om de terugtocht aan te vatten. Bedenking van de week: het was mooi en had nog langer mogen duren. De afwezigen hadden ongelijk, zeker weten.